Langs de Rijksstraatweg in Heemskerk ligt de Schepelenberg, een bescheiden heuvel met een gedenkzuil. Hier lag het Huldtoneel, waar graven van Holland eeuwenlang werden ingehuldigd als Heren van Kennemerland. Boeren en edelen zwoeren er trouw; de graaf beloofde hun rechten te beschermen. In 1272 bleek hoe serieus Kennemers dat namen – en hoe snel ze in opstand kwamen als die rechten werden geschonden.

De jonge Floris V was in 1266 graaf van Holland geworden. In Kennemerland botsten ‘welgeborenen’ (edelen en ridders) met ‘huislieden’, de vrije boeren. Edelen waren vrijgesteld van grondbelasting; de lasten drukten zwaar op de boeren. Bovendien oordeelde de grafelijke baljuw, zelf uit de welgeboren stand, in hun ogen partijdig. Toen Floris’ veldtocht tegen de West-Friezen in 1272 mislukte, zagen de huislieden hun kans.

Nog datzelfde jaar staken ze burchten van edelen in brand, onder meer Slot Oud-Haerlem en Marquette. De bewoners vluchtten naar Haarlem. Samen met opstandige Waterlanders en West-Friezen trokken de Kennemers onder leiding van Floris’ vijand Gijsbrecht van Amstel richting Utrecht. Toen de edelen daar waren verdreven, keerden de Kennemers terug en sloegen het beleg voor Haarlem – in de zomer van 1274, zo’n zes weken lang.

Hoe dat beleg eindigde, is deels legende. Sommige Haarlemmers schreven hun redding toe aan een verschijning van Sint-Bavo. Anderen wezen naar ridder Jan Persijn van Velsen, die bij een uitval Kennemer dorpen in brand stak. Toen de belegeraars hun eigen huizen en akkers zagen branden, braken ze het beleg op. Rond december 1274 en in 1275 volgde verzoening, met privileges voor stad én platteland.

Floris V had nog altijd West-Friezen in het vizier en begreep dat hij de Kennemers beter te vriend hield. Hij gaf hun het Kennemer Landrecht: een apart statuut waarin lokale rechtsverhoudingen en rechtspraak eerlijker voor de huislieden werden geregeld. Sommige dorpen kregen vrijstelling van grondbelasting. Beverwijk kreeg in 1276 het recht op een weekmarkt en in 1298 stadsrechten – na Haarlem (1245) en Alkmaar (1254).

Helemaal tevreden waren de boeren niet; in de eeuwen erna braken nog gewelddadige opstanden uit. Maar het Landrecht blijft een vroege Kennemer overwinning: geen genade van bovenaf, maar rechten die met vuur en beleg waren afgedwongen. Eigenwijs waren ze hier toen al. En wie bij de Schepelenberg stilstaat, staat op de plek waar macht en volk elkaar in de ogen keken – lang voordat ‘regio’ een marketingwoord was.